U kent hem waarschijnlijk nog wel; het ludieke reclamefilmpje waarin online supermarkt Picnic met een Verstappen-look-a-like de eigen bezorgdienst onder de aandacht brengt.

Eerder (in 2018) veroordeelde de rechtbank Amsterdam nog dat Picnic een schadevergoeding aan Verstappen moest betalen vanwege het schenden van het portretrecht van Verstappen. Picnic was het hier niet mee eens en ging in hoger beroep. Ook Verstappen was het niet met het vonnis eens, vanwege de in zijn ogen te lage schadevergoeding.

Het gerechtshof Amsterdam oordeelde gisteren (2 juni 2020) dat Picnic met het filmpje geen inbreuk heeft gemaakt op het portretrecht van Verstappen. Volgens het hof is voor de aanschouwer van het filmpje van Picnic duidelijk dat het niet Verstappen zelf betreft maar dat het gaat om een persiflage van zijn optreden in reclamefilms voor Jumbo. Het gezicht of de persoon van Verstappen zelf wordt niet afgebeeld. In die situatie kan Verstappen geen aanspraak maken op de bescherming van het portretrecht. Ook handelde Picnic niet onrechtmatig.

Het gerechtshof: “In het onderhavige geval betreft de beweerde schending van het portretrecht de verspreiding via Facebook van een korte film waarin zowel door het uiterlijk en de kleding van de daarin acterende (hoofd)persoon als door het scenario wordt gerefereerd aan het optreden van Verstappen in reclamefilms voor supermarktketen Jumbo. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat de weergave op film van de desbetreffende acteur/lookalike en zijn optreden niet als portret van Verstappen in de zin van artikel 21 Aw kan worden aangemerkt. Hoewel enerzijds met het optreden/figureren van de lookalike het beeld van Verstappen wordt opgeroepen is anderzijds, met name door de (weliswaar gelijkende maar zeker niet identieke) gelaatstrekken van de lookalike en verschillende elementen van het scenario (smal elektrisch bestelbusje in plaats van Formule1 racewagen, nadruk niet op snelheid maar op tijdig vertrekken en plezier bezorger), voor de aanschouwer van de film van Picnic duidelijk dat het niet Verstappen zelf betreft maar dat het gaat om een persiflage van zijn optreden in reclamefilms voor Jumbo. Het gezicht of de persoon van Verstappen zelf wordt niet afgebeeld. De bescherming van een persoon tegen de openbaarmaking van zijn portret ingevolge artikel 21 Aw gaat niet zo ver dat zij zich uitstrekt tot verspreiding van beeldmateriaal waarin bepaalde kenmerken van de verschijning van een persoon door een ander worden uitgebeeld en/of nagespeeld of nagebootst, doch er geen redelijke twijfel bestaat – bijvoorbeeld door het persiflerende of verwijzende karakter van de beelden – dat het niet de persoon zelf betreft doch slechts iemand die op hem lijkt. Dat geldt ook als de associatie met opzet wordt gewekt.”

Klik hier voor het arrest van het gerechtshof Amsterdam.